MijnRVO.nl

  • Fosfaatreductieplan 2017

    Nederland moet in 2017 de fosfaatproductie terugbrengen naar het niveau dat is toegestaan voor het behoud van derogatie. Het fosfaatreductieplan 2017 is één van de Fosfaatreductiemaatregelen 2017 en geldt voor melkproducerende rundveehouderijbedrijven. Heeft u een rundveehouderijbedrijf? Dan kunt u in bepaalde situaties uw referentie en of doelstellingsaantal verhogen.

Over dit onderwerp

Op deze pagina leest u in welke situaties dit mogelijk is, wat de voorwaarden zijn en hoe u een melding doet.

Wilt u weten wat het maatregelenpakket fosfaatreductie 2017 inhoudt? Lees het op onze informatiepagina Fosfaatreductiemaatregelen 2017.

In- en uitscharen van vee

Als u vee uitschaart dan kon u tot en met 18 april 2017 een uitschaarverklaring bij ons indienen.

 

Heeft u runderen uitgeschaard op 2 juli 2015? Dan kon u een verzoek indienen om het referentieaantal te laten verhogen met het aantal Groot Vee Eenheden (GVE) die u had uitgeschaard.

Heeft u runderen uitgeschaard op 1 oktober 2016? Dan kon u een verzoek indienen om het doelstellingaantal te laten verhogen met het aantal GVE die u had uitgeschaard.

Gaat u ook runderen uitscharen in 2017? Uw referentieaantal en/ of doelstellingsaantal wordt dan alleen verhoogd in de periode 1 en 5 (april, november en december). Schaart u geen runderen uit in 2017 dan geldt de verhoging voor alle perioden.

Voor het verhogen van de referentieaantal en doelstellingsaantal geldt dat:

  • er een overeenkomst is tussen de in- en uitschaarder,
  • met het I&R bewezen kan worden dat de uitscharing heeft plaatsgevonden,
  • u het formulier 'Uitschaarverklaring melk- en niet-melkproducerende bedrijven voor fosfaatreductieplan 2017' naar ons heeft toegestuurd. Dit kon tot en met 18 april 2017, en
  • u moet voldoen aan onderstaande voorwaarden.

De voorwaarden voor het verhogen van het referentieaantal zijn:

  • Als uitschaarder meldt u bij ons dat u tussen 1 januari en 2 juli 2015 runderen heeft uitgeschaard. Dit kunt u ook aantonen op basis van de registratie van dierverplaatsingen in I&R.
  • De inschaarder moet op 2 juli 2015 de houder zijn van deze runderen.
  • In de periode van 3 juli tot en met 31 december 2015 zijn de runderen weer teruggekomen op uw bedrijf.
  • De inschaarder moet instemmen met de verlaging van zijn referentieaantal. Dit doet hij door het formulier in- en uitscharen samen met u te ondertekenen.
  • Het referentieaantal wordt verhoogd met het aantal Grootvee eenheden (GVE) dat tussen 3 juli en 31 december 2015 is teruggekeerd naar uw bedrijf, tenzij dit aantal hoger ligt dan het aantal dat van 1 januari tot en met 1 juli 2015 was uitgeschaard. Het laagste aantal telt.

De voorwaarden voor het verhogen van het doelstellingsaantal zijn:

  • Als uitschaarder meldt u bij ons dat u runderen in 2016 heeft uitgeschaard. Dit kunt u ook aantonen op basis van de registratie van dierverplaatsingen in I&R.
  • De inschaarder moet instemmen met de verlaging van zijn doelstellingsaantal. Dit doet hij door het formulier in- en uitscharen samen met u te ondertekenen.
  • De verhoging en verlaging is maximaal het aantal uitgeschaarde/ingeschaarde runderen op 1 oktober 2016

Rundveehouders die melk produceren voor consumptie of verwerking, krijgen vanaf periode 2 te maken met het zogenaamde jongveegetal. U berekent het jongveegetal door het aantal stuks jongvee op uw bedrijf per 28 april 2017 te delen door het aantal koeien dat tenminste 1 keer heeft gekalfd. U berekent het jongveegetal in GVE’s.

Gaat u in 2017 vrouwelijk jongvee uitscharen en heeft u gevraagd om het doelstellingaantal en/of referentieaantal te verhogen? Dan kunt een aanvraag doen om het jongveegetal aan te passen. Relaties die een formulier 'uitschaarverklaring' hebben ingestuurd, hebben van ons een formulier ontvangen waarmee gevraagd kan worden om het jongveegetal aan te passen. Zorg ervoor dat u het formulier voor 20 mei 2017 naar ons terugstuurt.

U hoeft zelf geen verklaring in te sturen als u runderen heeft ingeschaard. Wel is het mogelijk dat u door de uitschaarder gevraagd wordt om zijn formulier te ondertekenen. Hieronder staan de gevolgen voor u per situatie vermeld als u een uitschaarverklaring ondertekend.

U schaart ook in 2017 de runderen weer in:

  • inschaarder (melkproducerend bedrijf): uw referentieaantal wordt in periode 1 en 5 (april, november en december) verlaagd met het aantal GVE wat u op 2 juli 2015 had ingeschaard. Uw doelstellingsaantal wordt in periode 1 en 5 (april, november en december) verlaagd met het aantal GVE wat u op 1 oktober 2016 had ingeschaard.

U schaart de runderen niet in 2017 weer in:

  • inschaarder (melkproducerend bedrijf): uw referentieaantal wordt verlaagd met het aantal GVE wat u op 2 juli 2015 had ingeschaard. Uw doelstellingsaantal wordt verlaagd met het aantal GVE wat u op 1 oktober 2016 had ingeschaard.

Splitsing beëindigd bedrijf

Referentieaantal verhogen

Heeft u tussen 2 juli 2015 en 1 januari 2018 een deel van een bedrijf overgenomen en is het oorspronkelijke bedrijf beëindigd? En had het oorspronkelijke beëindigde bedrijf op 2 juli 2015 vrouwelijke runderen gehouden? En is zijn gehele bedrijf overgedragen in de periode van 2 juli 2015 tot 1 januari 2018? Dan kunt u binnen 1 maand na de overdracht een verzoek indienen om een deel van het referentieaantal en het doelstellingsaantal van het oorspronkelijke bedrijf over te nemen.

U gebruikt hiervoor het formulier Melding verdeling referentieaantal fosfaatreductieplan melkproducerend bedrijf (pdf). U vindt dit formulier ook rechts op deze pagina onder Formulieren downloaden.

U meldt de overdracht ook binnen 1 maand na de overdracht. U doet dit via Direct regelen op de pagina Bedrijfsoverdracht. Bij opmerkingen geeft u aan dat u ook de referentie voor fosfaatrechten en het referentieaantal en doelstellingsaantal voor fosfaatreductie gedeeltelijk gaat overnemen.

Heeft u de overdracht al eerder gemeld met dit formulier? En heeft u de verdeling van de referentie voor fosfaatrechten en het referentieaantal en doelstellingsaantal voor fosfaatreductie nog niet gemeld? Doe dit voor fosfaatrechten dan z.s.m. met het formulier Splitsing van een bedrijf (pdf). En voor fosfaatreductie met het formulier Melding verdeling referentieaantal fosfaatreductieplan - melkproducerend bedrijf (pdf).

Bedrijfsoverdrachten vóór 1 maart 2017 moesten vóór 3 april 2017 doorgegeven worden.
U vult het formulier samen met de andere partijen in en zorgt ook voor een ondertekening door deze partijen. Wordt het oorspronkelijke bedrijf verdeelt in meerdere bedrijven? Zet dan de verdeling van het aantal stuks vrouwelijk rundvee en de gegevens van alle bedrijven in een bijlage en stuur die mee met het formulier.

Bijzondere omstandigheden (knelgevallen)

Was er op 2 juli 2015 op uw bedrijf sprake van bijzondere omstandigheden en kunt u dit aantonen? Dan kon u een verzoek indienen om onder voorwaarden het referentieaantal te laten verhogen. Daarvoor moest u uiterlijk 3 april 2017 een melding indienen bij RVO.nl. De voorwaarden zijn:

  • Er moet op 2 juli 2015 sprake zijn van bijzondere omstandigheden, waardoor u een lager referentieaantal heeft dan in normale omstandigheden het geval zou zijn. Hieronder vallen bouwwerkzaamheden, diergezondheidsproblemen, vernieling van de melkveestallen, ziekte, ziekte of overlijden van een persoon van het samenwerkingsverband waar u deel van uit maakt of ziekte of overlijden van een bloed- of aanverwant in de eerste graad.
  • Uiterlijk 3 april 2017 meldt u bij ons, dat er sprake was van een bijzondere omstandigheid.
  • Een aanvraag kunt u alleen digitaal indienen als door de bijzondere omstandigheid minimaal 5% minder runderen aanwezig was dan onder normale omstandigheden op 2 juli 2015.
  • Is er sprake van bijzondere omstandigheden? Dan wordt het referentieaantal gebaseerd op het aantal runderen dat voor de intreding van deze buitengewone omstandigheid op een bepaald moment bij u was geregistreerd. Dat aantal runderen moet dus blijken uit de I&R-registratie op dat bepaalde moment.
  • U moet met schriftelijke bewijsstukken aantonen dat één van bovengenoemde situaties van toepassing is op het bedrijf. U kunt dit bijvoorbeeld doen met:
    - medische verklaringen
    - verklaringen van veeartsen
    - verklaringen van de verzekeringsmaatschappij, brandweer of politie
    - facturen van de verbouwingen

Deze bewijsstukken moest u meesturen met uw aanmelding.

 

Rekentool grondgebonden

Toelichting rekentool grondgebonden

Een melkleverend bedrijf heeft een referentieaantal dat gebaseerd is op het aantal vrouwelijke runderen op 2 juli 2015. Bent u als bedrijf niet grondgebonden? Dan wordt er een korting van 4% toegepast op uw referentieaantal. Bent u wel grondgebonden? Dan wordt er geen korting toegepast op uw referentieaantal.

Grondgebonden bedrijf

Onder een grondgebonden bedrijf verstaan we een bedrijf waarbij de productie van dierlijke meststoffen door runderen in kilogrammen fosfaat in het kalenderjaar 2015 verminderd met de fosfaatruimte in dat jaar 0 is. Een negatieve uitkomst wordt ook als 0 gezien. Met de Rekentool (xls) kunt u zelf uitrekenen of uw bedrijf grondgebonden is.

Fosfaatproductie

De fosfaatproductie van uw vrouwelijke dieren berekent u aan de hand van excretieforfaits. U berekent per diercategorie hoeveel dieren u gemiddeld gehouden heeft in 2015. De gemiddelden berekent u met een dagtelling op basis van het I&R-systeem. U telt uw dieren per diercategorie elke dag en telt de dagtellingen bij elkaar op. Vervolgens deelt u de totalen door 365. U kunt uitgaan van:

  • een excretieforfait van 9,6 kg fosfaat voor een vrouwelijk rund van 0 tot 1 jaar, 21,9 kg fosfaat voor een vrouwelijk rund van 1 jaar of ouder dat niet heeft gekalfd en 41,3 kilogram fosfaat voor een rund dat tenminste eenmaal heeft gekalfd, of
  • de excretieforfaits voor fosfaat opgenomen in bijlage D van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet. Een vrouwelijk rund van 0 tot 1 jaar wordt aangemerkt als diernummer 101, een vrouwelijk rund van 1 jaar of ouder dat niet heeft gekalfd als diernummer 102 en een rund dat ten minste eenmaal heeft gekalfd als diernummer 100.

Als u de gemiddelde melkproductie per koe invult, wijzigt het forfait automatisch maar wordt nooit groter dan 41,3. Als u het gemiddelde aantal dieren invult, rekent de tool uit wat de productie is geweest.

Fosfaatruimte

De fosfaatruimte is: de bij ons geregistreerde oppervlakte landbouwgrond in 2015 x de fosfaatgebruiksnorm 2015 + de bij ons geregistreerde oppervlakte natuurterrein in 2015 x de hoeveelheid fosfaat die op natuurterrein mag worden gebruikt.

Wij kijken naar de hoeveelheid grond die u heeft opgegeven op de Gecombineerde opgave 2015. De normen staan al ingevuld. U kunt de fosfaatgebruiksnormen 2015 vinden in Tabel 2 (Fosfaatgebruiksnormen 2014–2017). Bij de hoogte van de fosfaatgebruiksnorm is rekening gehouden met de fosfaattoestand van de bodem (PAL- en Pw-waarde), zoals u die heeft opgegeven in de Gecombineerde opgave 2015.
U vult de oppervlaktes in. De tool rekent uit wat de fosfaatruimte is geweest. Heeft u alles ingevuld? Dan ziet u onderin de uitkomst van de rekensom en de bijbehorende conclusie: grondgebonden of niet grondgebonden.

Beslissing en betaling

Op 27 mei 2017 ontvangt u per brief de beslissing op het fosfaatreductieplan 2017 periode 1. Wij hebben gecontroleerd of u de Regeling fosfaatreductieplan 2017 naleeft door het aantal runderen op uw bedrijf terug te brengen tot het referentie- of het doelstellingsaantal voor de betreffende maand. In de brief leest u wat uit deze controle is gebleken.

Bent u het niet eens met de beslissing?

U kunt uw gegevens controleren in Mijn dossier. Bent u het niet eens met de beschikking? Dan kunt u een digitaal bezwaarschrift indienen.

Als u schriftelijk bezwaar wilt maken, stuurt u het ondertekende bezwaarschrift naar de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, afdeling Juridische Zaken, postbus 40219, 8004 DE Zwolle.

Betaling

Voor het betalen van de hoge geldsom of de solidariteitsgeldsom ontvangt u een factuur. Als u in aanmerking komt voor een bonus dan ontvangt u deze nadat gecontroleerd is of u aan de voorwaarden voor toekenning heeft voldaan.