MijnRVO.nl

  • Fosfaatrechten

    De Nederlandse veehouderij heeft in 2015 veel meer fosfaat geproduceerd dan toegestaan op basis van Europese afspraken. De grootste toename komt van de melkveehouderij. Momenteel wordt een wetsvoorstel voorbereid om een stelsel van fosfaatrechten voor melkvee te kunnen invoeren. Naar verwachting gaat het nieuwe stelsel in op 1 januari 2018. Heeft u een landbouwbedrijf op het moment dat het nieuwe fosfaatstelsel van kracht is? En had u melkvee op 2 juli 2015? Dan kunt u fosfaatrechten krijgen. Op deze pagina controleert u de gegevens die van belang zijn om de fosfaatrechten vast te stellen. U kunt uw gegevens bekijken en wijzigen onder Direct regelen.

Over dit onderwerp

Lees meer over de achtergrond van het nieuwe stelsel van fosfaatrechten op de informatiepagina Fosfaatrechten.

Gegevens bekijken en wijzigen

Voor het vaststellen van fosfaatrechten zijn onder andere de volgende gegevens van belang:

  • aantal stuks melkvee per 2 juli 2015
  • melkproductie in 2015
  • gemiddeld aantal melkkoeien 2015
  • fosfaatruimte

In de kopjes hiernaast vindt u een toelichting per gegeven. U kunt deze gegevens bekijken en eventueel wijzigen via Direct regelen rechts op deze pagina.

U kunt tot en met 31 mei 2017 reageren. Vanaf 1 juni 2017 kunt u alleen nog uw gegevens raadplegen.

Met uw reactie stuurt u relevante bewijsstukken mee. Nadat de wet officieel van kracht is, ontvangt u van ons een beschikking met daarin de vastgestelde fosfaatrechten. Als u het niet eens bent met de beoordeling, dan kunt u een bezwaar indienen.

Geen brief ontvangen

Heeft u een landbouwbedrijf en houdt u vleesvee of zoogkoeien? En hield u op 2 juli 2015 dieren, die vallen onder categorie 100,101 of 102, waarvoor fosfaatrechten nodig zijn? Maar heeft u geen brief ontvangen? Vul dan een leeg (zonder teruggelegde gegevens) formulier in en stuur bewijsstukken mee.

Onder melkvee vallen de melk- en kalfkoeien (categorie 100), het jongvee jonger dan 1 jaar (categorie 101) en het jongvee ouder dan 1 jaar (categorie 102). Het aantal dieren per categorie wordt bepaald op basis van de gegevens die we hebben in het I&R-register. In dit register wordt geen onderscheid gemaakt tussen melkvee en vleesvee.

Ook vleesvee

Heeft u naast melkvee ook vleesvee op uw bedrijf gehad in 2015? Dan hebben wij op basis van de gegevens van de Gecombineerde opgave 2015 (verhouding aantallen melkvee en vleesvee) een correctie toegepast. Ingeschaarde dieren tellen wel mee als gehouden dieren op uw bedrijf, uitgeschaarde dieren niet.

Voor welke dieren zijn fosfaatrechten nodig?

Hier leest u voor welke diercategorieën u wel of geen fosfaatrechten nodig heeft.

U heeft fosfaatrechten nodig voor:

  • Melk en kalfkoeien, te weten koeien (bos taurus) die ten minste eenmaal hebben gekalfd en die voor de melkproductie of de fokkerij worden gehouden met inbegrip van koeien die droog gezet zijn.. (cat 100)
  • Koeien die worden vetgemest en in de mesttijd worden gemolken. (cat. 100)
  • Jongvee jonger dan 1 jaar voor de melkveehouderij, en vrouwelijke opfokkalveren voor de vleesveehouderij tot 1 jaar. (cat. 101)
  • Jongvee ouder dan 1 jaar, te weten alle runderen van 1 jaar en ouder inclusief overig vleesvee, maar met uitzondering van roodvleesstieren en fokstieren. (cat. 102)

Onder jongvee ( diercategorie 101 en 102) vallen bijvoorbeeld de volgende dieren:

  • Vrouwelijk jongvee jonger dan een jaar voor de melkveehouderij.
  • Mannelijk jongvee jonger dan een jaar voor de melkveehouderij.
  • Vrouwelijk jongvee voor de vleesveehouderij tot 1 jaar.
  • Vrouwelijke kalveren van weide- en zoogkoeien die gehouden worden als jongvee voor de vleesveehouderij.
  • Vrouwelijk en mannelijk jongvee ouder dan een jaar voor de melkveehouderij.
  • Overig vleesvee, met uitzondering van roodvleesstieren en fokstieren.

U heeft geen fosfaatrechten nodig voor het houden van:

  • Weide en zoogkoeien: dit zijn koeien die ten minste éénmaal hebben gekalfd en geen melkkoe of kalfkoe zijn. (diercategorie 120)
  • Witvleeskalveren van ca. 14 dagen tot ca. 8 maanden. (diercategorie 112)
  • Startkalveren voor rosévlees of roodvlees. (diercategorie 115)
  • Rosevleeskalveren van ca. 3 maanden tot ca. 8 maanden. (diercategorie 116)
  • Rosevleeskalveren van ca. 14 dagen tot ca. 8 maanden. (diercategorie 117)
  • Roodvleesstieren van ca. 3 maanden tot de slacht, dit is inclusief ossen en vrouwelijke dieren die op deze wijze worden gemest. ( diercategorie 122)
  • Fokstieren, dit zijn stieren van 2 jaar en ouder. ( diercategorie 104)

Deze dieren vallen immers niet onder de diercategorie 100,101 of 102.

Fosfaatexcretienormen

Het aantal stuks melkvee dat u op 2 juli 2015 hield en de fosfaatexcretienormen zijn bepalend voor het aantal fosfaatrechten dat u kunt krijgen. De forfaitaire excretienormen 2015 voor melk- en kalfkoeien vindt u in Tabel 6 Stikstof- en fosfaatgetallen mest per melkkoe 2015-2017 (pdf). De forfaitaire excretienormen 2015 voor jongvee jonger dan een jaar (categorie 101) en voor jongvee van een jaar en ouder (categorie 102) vindt u in Tabel 4 Diergebonden mestproductie- en excretienormen 2015-2017 (pdf). De fosfaatproductie per melk- en kalfkoe (categorie 100) is afhankelijk van de gemiddelde melkproductie per koe op uw bedrijf in 2015.

De melkfabrieken geven aan ons door hoeveel kilogrammen melk u heeft geleverd aan uw melkfabriek. Wij gebruiken deze gegevens om te bepalen met welk fosfaatexcretienorm er gerekend moet worden.

 

 

Het gemiddeld aantal melkkoeien gebruiken we voor de berekening van de gemiddelde fosfaatproductie per melkkoe (categorie 100). We baseren dit aantal op de gegevens uit het I&R-register. Ook gebruiken we de totale melkproductie voor de berekening van de gemiddelde productie per melkkoe.

De fosfaatruimte = de bij ons geregistreerde oppervlakte landbouwgrond in 2015 x de fosfaatgebruiksnorm 2015 + de bij ons geregistreerde oppervlakte natuurterrein in 2015 x de hoeveelheid fosfaat die op natuurterrein mag worden gebruikt.

De fosfaatgebruiksnorm 2015 vindt u in Tabel 2 Fosfaatgebruiksnormen 2014–2017 (pdf). Bij de hoogte van de fosfaatgebruiksnorm is rekening gehouden met de fosfaattoestand van de bodem (PAL- en Pw-waarde) zoals u die heeft opgegeven in de Gecombineerde opgave 2015.

Gewascodes

De geregistreerde oppervlakte grond is de oppervlakte die wij naar aanleiding van uw Gecombineerde opgave 2015 hebben geregistreerd. Hieronder ziet u om welke gewascodes het gaat.

Grasland

De gewascode is gelijk aan:

  • 265: Grasland, blijvend
  • 266: Grasland, tijdelijk
  • 331: Grasland, natuurlijk. Hoofdfunctie landbouw
  • 333: Rand, grenzend aan blijvend grasland of een blijvende teelt, hoofdzakelijk bestaand uit blijvend gras
  • 334: Rand, grenzend aan bouwland, hoofdzakelijk bestaand uit blijvend gras
  • 370: Rand, grenzend aan blijvend grasland of een blijvende teelt, hoofdzakelijk bestaand uit tijdelijk gras
  • 372: Rand, grenzend aan blijvend bouwland, hoofdzakelijk bestaand uit tijdelijk gras

Bouwland

Dit zijn alle percelen die niet onder natuurterrein, overige grond of grasland vallen.

Natuurterrein zijnde grasland (70 kg fosfaat)

De gewascode is gelijk aan:

  • 332: Grasland natuurlijk. Hoofdfunctie natuur
  • 331: Grasland, natuurlijk. Hoofdfunctie landbouw met natuurbeheertype: Nog om te vormen naar natuur (N00.01), Nat schraalland (N10.01), Vochtig hooiland (N10.02), Bloemdijk (N12.01), Kruiden- en faunarijk grasland (N12.02), Glanshaverhooiland (N12.03), Kruiden- en faunarijke akker (N12.05), Vochtig weidevogelgrasland (N13.01), Wintergastenweide(N13.02)

De gebruikstitel = 11 (natuurpacht) EN gewascode is gelijk aan: '332', '336', '265', '266', '331', '333', '334', '370', '372'

Natuurterrein overig (20 kg fosfaat)

De gewascode is gelijk aan: 335: Natuurterreinen (inclusief heide)

De gebruikstitel = 11 (natuurpacht) en een gewascode die niet gelijk is aan: '332' '336', '265', '266', '331', '333', '334', '370', '372' '1936', '343', '1574', '1950', '2033', '2300', '2620', '2621', '2622', '2623', '2624', '2625', '2626', '2627',  '2629', '2630', '2631', '2632', '2633', '2634', '2635', '1081', '1082', '1083', '1084', '1085', '1086', '1087', '1088' '1089', '1090', '1091', '1092', '1093', '1094'

Bewijsstukken

Zijn de gegevens die wij hebben gebruikt volgens u niet juist? Via Direct regelen op deze pagina geeft u dit door. Van alle wijzigingen stuurt u een bewijsstuk mee.

U voorziet bewijsstukken van een handtekening van andere betrokkenen of documenten van derden, bijvoorbeeld facturen met bijbehorende bankafschriften. Hieronder is per referentiegegeven aangegeven welke bewijsstukken u bijvoorbeeld kunt meesturen. Uit de bewijsstukken moet blijken wat het juiste gegeven is.

Wat u bijvoorbeeld kunt sturen

  • melkproductie: afschriften van de melkfabriek (melkleverantieoverzicht), berekening voor melk die niet aan de fabriek is geleverd (bijvoorbeeld melk die aan kalveren is gevoerd)
  • diercategorie: veesaldokaarten, CRV-veesaldokaarten, koekaart, MPR-uitslag, veeregister
  • dieraantallen: aan- en afvoerbewijzen, facturen, veesaldokaarten, CRV-mineraal
  • oppervlakte grond: eigendomsaktes, pachtcontracten, grondgebruiksverklaring
  • fosfaattoestand van de bodem (PAL- en Pw-waarde): analyseverslagen die geldig waren in 2015

In de analyseverslagen over de fosfaattoestand geeft u aan bij welk perceel elk afzonderlijk verslag hoort.

Uitdraaien van het bedrijfsmanagementsysteem (BMS) worden niet geaccepteerd als bewijsstuk.

Bedrijf overgenomen

Via Direct regelen op deze pagina geeft u aan dat u een bedrijf heeft overgenomen. Ook kunt u de gegevens doorgeven van het bedrijf dat u heeft overgenomen. Het is niet mogelijk om de gegevens van het overgenomen bedrijf zelf in te zien. Als u inzicht wilt hebben in die gegevens, neem dan contact op met de vorige eigenaar.

De vorige eigenaar kan ons ook telefonisch toestemming geven om de beschikbare gegevens aan u te tonen. Daarbij geeft de vorige eigenaar ook het brs nummer van de vorige en de huidige eigenaar door. Zodra u de gegevens via mijn.rvo.nl kunt bekijken, ontvangt u van ons een brief.

Bedrijf gesplitst

Is het bedrijf gesplitst en is daarbij het oorspronkelijke bedrijf opgeheven? Dan geeft u in uw reactie aan dat u een deel van het gesplitste bedrijf heeft overgenomen. U gebruikt hiervoor het formulier Splitsing van een bedrijf (pdf). U vindt dit ook onder Formulieren downloaden op deze pagina. In het formulier geeft u samen met de andere partij(en) aan hoe de verdeling van het bedrijf is. Vervolgens voegt u het toe als bewijsstuk aan uw reactie.

Wijzigingen melden

Zorg ervoor dat u wijzigingen in uw bedrijfssituatie op tijd bij ons meldt. Hoe dit in zijn werk gaat, leest u op de pagina Bedrijfsoverdracht.

Direct regelen

Formulieren downloaden

Splitsing van een bedrijf (pdf)

Formulieren openen

Formulieren op mijn.rvo.nl openen in een nieuw venster. Opent een formulier niet als u erop klikt? Controleer dan of uw internet browser een pop-up blocker heeft en het openen van een nieuw venster tegenhoudt. Bekijk de instructievideo pop-up blocker of ga naar onze Helppagina.